Afghanistan op wereldkaart

Naam[ bewerken brontekst bewerken ] De aanduiding Afghanistan betekent in letterlijke zin Land van de Afghanen. De Pathaanse bevolkingsgroep begon de term Afghaan voor zichzelf te hanteren vanaf de periode van de islamisering. Volgens deskundigen zoals W. Frazier Tyler, M. Gillet en anderen, "Het woord Afghaan verschijnt voor het eerst in de historische verslagen in de Hudud-al-Alam.

Het achtervoegsel in de naam Afghanistan is afgeleid van het Perzische woord stān, wat staat of land betekent. De Engelse benaming Afghanland, die in diverse overeenkomsten tussen de Kadjaren en de Britten voorkomt met betrekking tot de gebieden bewoond door Pathaanse stammen in het huidige Zuidoost-Afghanistan, gelegen tussen Perzië en Brits-Indië, werd door de Afghanen overgenomen en evolueerde naar Afghanistan.

Vanaf de 18e eeuw, na de oprichting van een regering door Ahmad Shah Durrani gebaseerd op het Pashtunwali, werd Afghanistan aangeduid met zijn huidige naam; de internationale erkenning van Afghanistan als officiële benaming vond plaats tijdens het bewind van Abdoer Rahman Khan. Vóór de 18e eeuw stond Afghanistan bekend als Khorasan en nog vroeger als Aryana, ook wel gespeld als Ariana.

Raadpleeg de hoofdpublicaties Geschiedenis van Afghanistan en Tijdlijn van Afghanistan voor verdere details. De oudste sporen van menselijke bewoning in Afghanistan dateren uit het Middenpaleolithicum. Vanwege zijn strategische locatie langs de Zijderoute was het gebied sinds de oudheid verbonden met de culturen van het Nabije Oosten en andere delen van Azië.

Door de eeuwen heen is het land het toneel geweest van conflicten tussen zeer diverse machthebbers, zoals de Grieken onder Alexander de Grote, islamitische Arabieren uit de kalifaten van de Omajjaden en Abbasiden, Mongolen onder Dzjengis Khan, Britten en Russen. Afghanistan speelde een cruciale rol in de Grote Spel, de 19e-eeuwse rivaliteit om Centraal-Azië. De politieke geschiedenis van de hedendaagse staat Afghanistan begon in de 18e eeuw met de Hotakiden en Durraniden.

In de latere 19e eeuw fungeerde Afghanistan als bufferstaat in 'The Great Game' tussen de Britse en Russische koloniale rijken. Een reeks staatsgrepen in de jaren zeventig werd gevolgd door een Russische invasie, die weerstand ondervond van de Amerikanen. Na de terugtrekking van de Russen brak in de jaren tachtig een burgeroorlog uit die een groot deel van het land verwoestte.

Dit maakte uiteindelijk de weg vrij voor de taliban, een groepering van religieuze extremisten, die erin slaagden om gedurende een korte periode bijna het gehele land te controleren. Eerste Talibanbewind [ bewerken brontekst bewerken ] De taliban wijzigden de naam van het land naar Islamitisch Emiraat Afghanistan en introduceerden een witte vlag met de sjahada.

Hoewel Kabul de hoofdstad bleef, fungeerde Kandahar in het zuiden als het feitelijke centrum van macht. Hier vestigden zich Mullah Omar, destijds de leider van de taliban, samen met de hoogste leidinggevenden. De taliban verwierpen al snel bekendheid vanwege de zeer strikte handhaving van de sharia en de daaruit voortvloeiende draconische maatregelen. Vrouwen werd de toegang tot onderwijs ontzegd en zij mochten zich alleen gesluierd en in het gezelschap van een mannelijk familielid in het openbaar begeven.

Dans en het gebruik van muziekinstrumenten, vliegeren, alcohol, televisie en afbeeldingen van mensen werden verboden, omdat dit als niet-islamitisch werd beschouwd, en sjiieten en niet-Pashtuns werden onderdrukt. Opiumproductie werd weliswaar voor de buitenwereld verboden, maar in de praktijk getolereerd zolang er belasting op werd geheven. Het resultaat was een drastische toename van het aantal Afghaanse drugsverslaafden, ondanks de strenge maatregelen van de taliban hiertegen.

Internationaal werd de regering slechts door drie landen erkend: Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Pakistan. Laatstgenoemd land had aanzienlijke economische ambities in Afghanistan en spoorde andere landen aan om het Islamitisch Emiraat als de legitieme Afghaanse regering te erkennen. Andere landen weigerden de taliban te erkennen, wat het bewind bemoeilijkte op het gebied van internationale handel, deelname aan internationale organisaties en toegang tot internationale kapitaalmarkten.

Bovendien had de regering geen controle over het noordoosten, waar de oppositiebewegingen zich hadden verenigd in de Noordelijke Alliantie en standhielden. Ook de door Hazara bewoonde gebieden in het centrum bleven voortdurend instabiel. Met uitzondering van Pakistan was de relatie met alle buurlanden gespannen. De directe aanleiding voor de gebeurtenissen waren de aanslagen van 11 september.

De Amerikaanse militaire acties ondersteunden de opmars van de Noordelijke Alliantie, een coalitie van gewapende tegenstanders van de taliban, die voorheen gesteund werden vanuit de noordelijke buurlanden. Lokale krijgsheren schaarden zich aan de zijde van de Amerikanen en keerden zich tegen de taliban. Binnen enkele maanden was de talibanregering verdreven en leed Al-Qaida, na hevige gevechten bij Tora Bora, een gevoelige nederlaag.

Tijdens de toekomstige besprekingen op de Internationale Afghanistan-conferentie in Bonn werd consensus bereikt over een door de internationale gemeenschap gesteunde overgangsregering onder leiding van Hamid Karzai. Karzai werd in bevestigd als president na de eerste vrije verkiezingen van het land. In werd eveneens een nieuwe grondwet opgesteld.

De val van de taliban werd door de bevolking met grote opluchting ontvangen. Mannen schoren massaal hun baarden af; vrouwen en meisjes maakten in grote aantallen gebruik van de herwonnen vrijheden, zoals de mogelijkheid om zich zonder begeleiding in het openbaar te begeven, of het recht om naar school te gaan. Tussen en was er een buitenlandse veiligheidsmacht in Afghanistan actief, de ISAF, bestaande uit de Amerikanen en hun bondgenoten.

Ondanks de enorme hoeveelheid ontwikkelingshulp en militaire steun slaagden de Amerikanen en hun bondgenoten er niet in om duurzaam een democratisch bestuur of een enigszins functionerende burgermaatschappij in het land te vestigen. De veiligheidssituatie verslechterde door militaire misstappen, de wederopstanding van de taliban en de activiteiten van lokale strijders. Westerse ontwikkelingsgelden werden ten prooi aan de wijdverspreide corruptie, in plaats van te worden ingezet voor de aanleg van adequate infrastructuur of de bestrijding van de grootschalige armoede onder de bevolking.

Miljoenen terugkerende vluchtelingen en intern ontheemden verergerden de problemen op het gebied van tekorten aan voedsel en drinkwater. Een Amerikaanse militair op patrouille in de noordoostelijke provincie Nooristan. Twintig jaar lang duurde de Amerikaanse aanwezigheid tijdens de Afghaanse Oorlog. De taliban voerden naar eigen zeggen strijd tegen de aanwezigheid van 'ongelovigen' in Afghanistan, en eveneens tegen de Afghaanse regering, die zij als een marionet beschouwden.

Zij opereerden vaak vanuit het grensgebied met Pakistan. Ondanks de uitbreiding van het NAVO-troepencontingent onder Barack Obama, konden de taliban zich in het hele land handhaven en hun invloedssfeer zelfs geleidelijk uitbreiden. Toen Bin Laden, die na Tora Bora naar Pakistan was gevlucht, in werd geliquideerd door Amerikaanse commando's, werd dit echter als een significante Amerikaanse overwinning beschouwd.

Een uitdaging voor de Afghaanse regering was dat vrijwel onafhankelijke krijgsheren zich weinig gelegen lieten liggen aan het centrale gezag. De gouverneurs verrijkten zichzelf, voerden onderlinge strijd en onderdrukten de bevolking, terwijl de centrale regering nagenoeg bankroet bleef. Het met westers geld opgeleide Afghaanse leger was nauwelijks in staat de taliban te bestrijden zonder de steun van ISAF.

De regering hoopte daarom dat ISAF haar mandaat naar de provincies wilde uitbreiden, maar de Westerse coalitie weigerde dit.

afghanistan op wereldkaart

Karzai werd in herkozen als president. Nadat hij de volgens de grondwet toegestane twee termijnen had volbracht, werd Ashraf Ghani in gekozen als zijn opvolger. De verkiezingen kenden een chaotische afloop, waarbij beide kandidaten de overwinning opeisten. Uiteindelijk werd, onder Amerikaanse druk, besloten tot een machtsverdeling binnen de nieuwe regering, met Ghani als president.

Ghani hanteerde een egocentrische regeerstijl en bleek onvermogen om groepen te verenigen, waardoor de Afghaanse regering verder geïsoleerd raakte. Intussen breidden de taliban hun invloed in de provincies uit en pleegden zij regelmatig bomaanslagen in Kabul. De Amerikaanse publieke opinie keerde zich geleidelijk tegen de "missie" in Afghanistan, na bijna 20 jaar aanwezigheid zonder merkbare verbeteringen.

In sloot de regering-Trump een akkoord met de taliban, waardoor de Amerikanen zich volledig uit Afghanistan konden terugtrekken. Tweede Talibanbewind [ bewerken brontekst bewerken ] De terugtrekking van de Amerikaanse troepen werd bevolen door president Biden in juni , conform de op 29 februari gesloten overeenkomst met de taliban tijdens onderhandelingen in Qatar, bekend als de Doha-overeenkomst, waarbij de Afghaanse regering geen partij was.

Provinciehoofdsteden vielen één voor één in hun handen. In augustus verliet president Ashraf Ghani het land zonder formeel af te treden, toen de hoofdstad Kabul door de taliban werd ingenomen. Op dat moment hadden de Amerikanen en hun bondgenoten hun terugtrekking nog niet voltooid. De Afghaanse vice-president Amrullah Saleh riep zichzelf uit tot interim-president.

Door het grote aantal personen dat het land probeerde te ontvluchten, ontstond er snel een ernstige humanitaire crisis. Ook wordt de beweging ervan beschuldigd nog steeds terroristen te huisvesten, hoewel de Taliban en de VS wel een gedeeld belang hebben bij de bestrijding van ISIL in het land. Van de belofte om geen wraak te nemen op personen die voor de vorige regering werkten, lijkt eveneens niets terecht te zijn gekomen; er vinden heksenjachten plaats en er is sprake van arrestaties en executies van voormalige functionarissen en oud-commando's.

Geografie[ bewerken brontekst bewerken ] Kabul, gelegen tussen de toppen van het Hindoekoesjgebergte, behoort tot de hoogstgelegen hoofdsteden ter wereld. Afghanistan vormt het noordoostelijke deel van het Iraanse Hoogland. Het land telt vele steil hellende bergen en uitlopers van het Hindoekoesj-hooggebergte met pieken van meer dan meter in het centrale deel van het land.

De hoogste berg is de Noshaq met meter. Binnen de bergketens en aan hun randen bevinden zich echter talrijke vruchtbare valleien en vlaktes. In het zuiden, en met name in het zuidwesten, bevinden zich uitgestrekte woestijnen in het Helmendbekken, waaronder de gebieden van Seistan en Registan. In het noorden, tussen de centrale bergketens en de rivier de Amu Darja, liggen de hooglanden van Badachsjan, Afghaans Turkestan, de vlakte van de Amu Darja, en de weelderige vallei van de Hari Rud (Arius) in de noordwestelijke hoek van het land, het hart van het oude Ariana.

In het centrale deel van het land bevindt zich het nationale park Band-e Amir. Het centrale bergland fungeert als scheiding tussen een drietal rivierbekkens. In het noorden stroomt de Kunduz naar de Amu Darja. Deze laatste vormt over een afstand van meer dan kilometer de grens met Tadzjikistan en Oezbekistan. Het oosten behoort tot het stroomgebied van de Indus, met als hoofdrivier de Kabul, en als zijrivieren de Panjshir, Alisjang en Kunar.

Het water wordt al sinds lange tijd gebruikt voor irrigatiedoeleinden. In het westen stromen de Hari Rud en de Helmand, die grotendeels ten zuidwesten van de Hindoekoesj aan de Iraanse grens stromen. Deze bevatten slechts periodiek water. De rivieren zijn overwegend niet bevaarbaar. Het droge Afghanistan kent weinig grote natuurlijke meren.

Er zijn echter wel diverse stuwmeren, die zowel moeten voorzien in de energievoorziening van de grote steden als in de behoefte aan drink- en irrigatiewater. Klimaat[ bewerken brontekst bewerken ] Het klimaat van het land vertoont aanzienlijke variaties, hoewel het grootste deel van het land droog is. In Afghanistan komen onder andere een steppeklimaat (noordwesten en noordoosten), woestijnklimaat (zuiden en midden) en landklimaat (noordoosten) voor.

Door de grote afstand tot de oceanen kenmerkt dit zich door droge, hete zomers en koude winters. Het merendeel van de neerslag valt in het oosten en in de bergachtige streken. Het land kampt gedurende de seizoenen met problemen van lokale overstromingen, met name in het voorjaar wanneer de dooi intreedt in de bergen, en met droogte, vooral in de zomer en het najaar. Afghanistan wordt beschouwd als een van de meest kwetsbare landen ter wereld wat betreft de impact van klimaatverandering, gezien zijn geografie, gevoeligheid voor en het vermogen om de opwarming van de aarde het hoofd te bieden.

Sindsdien is Afghanistan er niet in geslaagd deze situatie te veranderen. Op oude landkaarten behoorde Beluchistan, inclusief de havenstad Karachi, eveneens tot Afghanistan.