100 jaar geleden geboren hanny
Haar leven en loopbaan Zij zag als kind van de Duitse administratief medewerker Alfred Michaelis en de Amsterdamse Gonda Swaab het levenslicht, die beiden op 26 maart 1943 omkwamen in het vernietigingskamp Sobibór. Tijdens de oorlogsjaren dook zij bij diverse gezinnen onder. Haar gehele bestaan speelde zich af in de Amsterdamse wijken Zuid en Centrum.
Reeds in die periode legde zij zich toe op het dichten; een van haar vroege werken droeg de naam Avond aan de Amstel. De openingszin luidde: "Avond daalde neer over het water." Later verscheen haar poëzie in tijdschriften zoals Proloog en Criterium, uitgegeven door Uitgeverij Meulenhoff.
Als dochter van een Duitser was zij staatloos - een lot dat alle Joden trof door Hitlers maatregelen - ondanks haar geboorte in Amsterdam. Bij de aanvraag voor het Nederlandse staatsburgerschap botste zij op onverschilligheid en zelfs tegenwerking, omdat zij geen bewijs kon overleggen van haar verblijfplaats sinds de onderduikperiode. Enige tijd was zij werkzaam bij genoemde uitgeverij, waar zij op aanraden van Binnendijk enkele gedichten mocht indienen.
Hiervoor ontving zij de Reina Prinsen Geerligsprijs. Haar debuutbundel Klein voorspel kreeg echter nauwelijks aandacht van Meulenhoff; de eerste druk telde slechts een beperkt aantal exemplaren. Daarin was onder meer het gedicht Het prunusboompje opgenomen. Vanwege de teleurstellende samenwerking maakte zij de overstap naar Uitgeverij Van Oorschot. In haar bescheiden maar krachtige oeuvre schetst zij de mens in zijn kwetsbaarheid en isolement, op zoek naar verbinding.
Haar stijl kenmerkt zich door terughoudendheid en, in latere werken, relativering. Zeldzaam was het dat zij expliciet verwees naar haar oorlogservaringen; destijds ontbrak haar de woorden om die te verwerken. Na 1966 verscheen er geen nieuwe bundel meer, hoewel zij nog regelmatig optrad met voordrachten door heel Nederland. Zelf was zij van mening dat de wereld al overspoeld werd met poëzie.
Bovendien knelde de combinatie van overmatige zelfkritiek en een gebrek aan eigenwaarde. In 1978 uitte zij haar verbazing over wat zij toch op papier had weten vast te leggen. Haar Verzamelde gedichten verschenen in 1981, gevolgd door Verst verleden (1983), een prozabundel met jeugdherinneringen. Om in haar levensonderhoud te voorzien vervulde zij tussen 1955 en 1975 een deeltijdbaan als beleidsmedewerker Kunstzaken bij de gemeente Amsterdam.
Daar droeg zij medeverantwoordelijkheid voor de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) en het aankoopbeleid van het Stedelijk Museum. Naast deze halve werkweek combineerde zij functies als secretaris van de Vereniging van Letterkundigen en vicevoorzitter van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen. Uit haar nalatenschap bleek dat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog een dagboek bijhield, verspreid over talrijke schriften.
Negen jaar na haar dood werden deze postuum uitgegeven in twee delen: Lenteloos voorjaar en De wereld waar ik buiten sta. Daarin beschrijft zij met indringende precisie haar verliefdheid op klasgenoot Eldert Willems, alsook haar band met leraren als Jacques Presser, Dick Binnendijk en Anthonie Donker - beter bekend als prof. Nico Donkersloot.
Huwelijk met Reve Van 1948 tot 1959 was Michaelis gehuwd met schrijver Gerard Kornelis van het Reve. In 1956 vertaalde zij diens bundel The acrobat and other stories onder de titel Vier wintervertellingen, met instemming van de auteur. Het huwelijk strandde toen Reve koos voor een openlijk homoseksueel bestaan en een relatie aanging met een man. Ondanks de scheiding bleven zij nauw bevriend.
Helaas verhinderde haar slechte gezondheid haar aanwezigheid bij zijn begrafenis in april 2006.